Theo Kuijpers: Zoeken, opslurpen en aan het werk

Eindhovens Dagblad
Door Rob Schoonen

Op twee plekken, in Eindhoven en Venlo, toont de van oorsprong Mierlose kunstenaar Theo Kuijpers een overzicht van zijn werk. Het zijn schilderijen die hij had ‘achtergehouden’ en dus nooit eerder heeft gepresenteerd. Een bijzonder overzicht.

Zou het dan toch kloppen; dat die ene ervaring toen je nog puberde – of nèt daarna- zo’n verpletterende indruk heeft gemaakt, dat je daarna steeds weer terugpakt naar dat moment?

Die piepjonge student Theo Kuijpers aan de Academie voor Industriële Vormgeving in Eindhoven ziet begin jaren vijftig werken van Bazaine en Manessier in het Van Abbemuseum. En hij is onder de indruk. Logisch, met docenten als Jan Gregoor en Lambert Tegenbosch en Edy de Wilde als museumdirecteur die nu eenmaal een speciale belangstelling koesterden voor Frankrijk, meer speciaal de schilders van de Ecole de Paris. De combinatie – en vaak zelfs de uitwisselbaarheid – van abstractie en figuratie spreekt de Mierlonaar bijzonder aan. Die expressieve doeken van Bazaine en de zijnen vormen de basis van de beeldend kunstenaar Kuijpers. Dat maken de tentoonstellingen in Venlo en Eindhoven wel duidelijk.

Er wordt in die jaren vijftig door hem een beeldtaal opgezogen, verwerkt om – jaren later – een eigen handschrift te ontwikkelen. Maar ook in de meest recente werken blijft hij trouw aan die eeuwige strijd om het eenmaal beleefde, het eens ervarene om te zetten in een beeld dat verwijst naar die waarneming. Maar tegelijkertijd ook een heel eigen verhaal vertelt; universeel wordt.

Nieuwe indrukken
Die eerste, verplettende indrukken op de juiste manier verwerken; dat is een ding. Een ander ding is dat Kuijpers zich met graagte openstelt voor nieuwe indrukken. Sommige kunstenaars doen dat door een groene fles in het door hen geschilderde stilleven te veranderen door een blauwe; anderen gaan op reis. Kuijpers deed en doet dat graag.
Suriname, Marokko, Australië, Noord-Amerika, Egypte, IJsland en vervolgens zo ongeveer alle landen rond de Middellandse Zee; hij heeft ze allemaal bezocht, vaak meerdere malen. En zuigt daar alleen maar op. Fototoestellen laat hij steevast thuis; het zou zijn absorptievermogen slechts belemmeren. Lopen, zitten, luisteren en kijken en dat alles een plekje geven in die grijze brij. In de wetenschap dat de beeldende-kunst-kronkel er later – aan het werk in Eindhoven – voor zorgdraagt dat er de juiste vorm en de juiste kleur aan wordt gegeven. Werkt vrijwel altijd bij Kuijpers. Want kijk maar naar dat diepe blauw en de rust van IJsland, de vele gelen in ‘Bâtiments du soleil’, dat niet anders dan naar Marokko kan verwijzen. Over de zeer herkenbare werken die zijn gemaakt na zijn reis door Australië praten we dan maar niet meer.

Wel nog over ‘Chapelle transparante’ uit 2002, misschien wel een van de mooiste werken op de presentatie in het Venlose Van Bommel Van Dam. Omdat het zo ongelooflijk licht is dat het bijna pijn doet aan je ogen; omdat het werk staat als een huis en tegelijkertijd toch heel spannend is. En ook: het is wel degelijk een architectonische ruimte, een Romaanse kapel zelfs die je er in opdoemt. Maar hoe licht kan een kapel zijn? Zó dus, zoals Kuijpers het heeft geschilderd en hij ooit, ergens in Frankrijk, vanuit een ooghoek moet hebben waargenomen. Die kleuren opzuigen en vervolgens op de enig juiste manier op drager laten neerdalen; dat is het tweede ding.

 Brabants
En dan is er in 1971 die ontmoeting met de opvolger van De Wilde, Jean Leering, die hem met zoveel woorden te verstaan geeft zijn inspiratie (weer) uit zijn eigen culturele achtergrond te halen.

Wat later oriënteert Kuijpers zich op het Brabantse land, meer in het bijzonder de architectuur ervan. Schuren, stallen, zolderkappen van boerderijen: hij ziet het (weer) en geeft er vorm aan. In tekeningen, maar ook door gebruik te maken van leer, hout, touw, textiel tot en met varkensblazen aan toe. Het zijn deze zeer aardse werken die zijn voorliefde voor het constructivisme of het architectonische blootleggen. Maar waar dat destijds welhaast letterlijk werd verbeeld, doet hij dat later op een meer schilderkunstige manier. Daar wordt niet langer lineair, maar vaak met kleur de vorm bepaald.

En dan komt ooit alles samen, zoals in die relatief kleine gouache ‘Bâtiments du soleil’ (1994), door hemzelf een ‘sleutelwerk’ genoemd. Daar vallen alle lijnen, lijntjes, kriebels en veegjes op hun plaats; daar zijn de donkere en lichte gelen exact in evenwicht zonder statisch te worden en ervaart de waarachtige beschouwer zoiets als een eindeloos, haast lichtgevend landschap van bouwsels. Zo’n omgeving waar je eindeloos in kunt ronddwalen zonder te verdwalen; want dat wil je nu juist. Zo’n omgeving dus, door de expressionist Kuijpers gepenseeld op een blad van krap dertig bij veertig centimeter. Dat werk mag naar het Van Abbe. En wie weet…

‘Theo Kuijpers, een bezield constructivist’. Museum Van Bommel Van Dam, Deken van Oppensingel 6, Venlo. Di t/m zo 11-17 uur. Tot 8/1. Galerie Willy Schoots, Willemstraat 27, Eindhoven. Wo t/m vr 11-18, za 11-17 en zo 13-17 uur. Tot 15/1. Catalogus.

in Nieuws | Getagged , , , , , , , , , , , |

Reacties zijn gesloten.